Heulse onderwijzer bloeit op in Beukenrode

NAALDWIJK – Dagelijks gaat Fieke Smeele op bezoek bij haar man Kees die in hospice Beukenrode verblijft. Als zij in haar bejaarde Polootje onder zijn raam doorrijdt toetert ze één keer. Dat is voor Kees het teken om de hulptroepen te bellen die hem vanuit zijn bed in de rolstoel zetten. Als de vrouw, waarmee hij inmiddels 45 jaar lief en leed deelt, de kamer betreedt zit hij pontificaal aan tafel.

Een bijzonder verhaal van twee bijzondere leerkrachten. “Samen hebben we veel jaren op de Andreasschool in Kwintsheul gewerkt. Fieke na een periode van vijf jaar op Curaçao en ik na een paar invalbaantjes in de regio”, vertelt Kees. Kees is een geweldige verteller, die door veel van zijn leerlingen wordt herinnerd vanwege de schitterende verhalen. Eind jaren zestig ontmoetten ze elkaar en na enige tijd vormden ze een koppel. “Dat kostte nog wel enige moeite”, lacht Kees. “Als je meer dan veertig jaar vrijgezel bent geweest dan doe je niet zo snel afstand van je verworven vrijheden. We hebben samen een prachtig leven gehad. Veel gereisd en hoewel je anders zou verwachten, werd er bij ons thuis niet over onderwijs of over de school gesproken.”

Eind mei kreeg Kees de mededeling dat hij ernstig ziek was. “Ik voelde me al een tijdje niet lekker, maar in mei kreeg ik te horen dat ik kanker heb, onbehandelbaar. Dat was een geweldige klap hoewel Fieke dacht dat het nog wel zou meevallen.”

“We waren allebei nog nooit ziek geweest. Het was de eerste keer in 87 jaar dat hij het ziekenhuis van binnen zag ”, zegt ze. Omdat er geen behandeling meer mogelijk was moest Kees het ziekenhuis verlaten. “Heel toevallig was er nog één plekje in het hospice. Dat was echt boffen want anders moet je maar afwachten waar er plaats voor je is. Het was heerlijk dat hij hier terecht kon”, zegt Fieke. Twee maanden geleden, op 21 augustus werd Kees opgenomen. “Toen ik hier binnen kwam was ik er slecht aan toe. Ik ben hier opgeknapt. Je wordt door de vrijwilligers verwend, krijgt beter en regelmatiger eten. In het ziekenhuis was de sonde waardoor mijn eten werd toegediend verkeerd aangebracht en dan kreeg ik dus niks binnen. Hier krijg ik soep en astronautenvoedsel en nu word ik weer een beetje het mannetje.”

Het succes van hospice Beukenrode zit volgens Fieke en Kees Smeele in de verzorging. De gastvrijheid, de verzorging en de regelmaat maken het hospice tot een groot succes”, legt Kees uit. “In het ziekenhuis werd je om de haverklap wakker omdat er een alarm afging bij een medepatiënt of omdat iemand hulp nodig had. Hier is het allemaal heel rustig. Je wordt niet ’s morgens om zes uur wakker gemaakt omdat je temperatuur of je bloeddruk moet worden gemeten. Hier is het één en al rust en verwennerij.”

Elke dag kan Kees op het bezoek van Fieke rekenen. “Ik rijd zelf nog auto. Het is zo fijn dat het hospice dichtbij Kwintsheul gelegen is. Meestal kom ik rond half drie tot een uur of vijf. Ik zou hier mogen mee-eten, zelfs een nachtje blijven slapen, maar omdat Kees zijn rust moet hebben doe ik dat niet. Thuis zou ik Kees die verzorging nooit kunnen geven. Alleen al omdat de trap boven is en hij die niet meer kan opkomen.”

Eén van de voorwaarden voor opname in Beukenrode is het feit dat patiënten maximaal drie maanden levensverwachting koesteren. In die regel schuilt een probleem voor Kees en Fieke Smeele. Kees is door de warme liefdevolle verzorging opgeknapt. De vooruitzichten zijn verbeterd en dat betekent dat binnenkort bekeken wordt hoelang hij nog te gast mag zijn in Beukenrode. “Toen we hier binnenkwamen waren we er van overtuigd dat het de richting in zou gaan van afscheid nemen”, zegt Fieke. “Hij is geweldig opgeknapt in deze mooie instelling. Het zou een groot goed zijn als er bedden bijkomen want je hoort van mensen dat ze buiten Westland hun heil moeten zoeken.
En ik moet er niet aan denken dat Kees buiten het Westland komt te wonen. Dan kan ik echt niet elke dag meer bij hem op bezoek, want ik rijd alleen nog maar kleine stukjes met de auto. Dat Kees plaats moet maken snap ik, maar dan hopen we wel op een mooi plekje in het Westland.”